Wat is het?

Bij duimbasisartrose wordt het gladde kraakbeen in het onderste duimgewricht dunner en ruwer. Dit gewricht ligt vlak bij de pols. Het wordt ook CMC-1-artrose of rhizartrose genoemd.

Wat merkt u?

  • Pijn aan de basis van de duim bij knijpen of grijpen.
  • Minder kracht en een stijve duim.
  • Soms een verdikking of verandering van de stand.

Hoe wordt het onderzocht?

De arts onderzoekt uw duim. Een röntgenfoto kan de artrose zichtbaar maken. De ernst van uw klachten weegt mee bij de keuze van behandeling.

Welke behandeling is mogelijk?

Een duimspalk, aanpassing van activiteiten, handtherapie, pijnstilling of een inspuiting kunnen helpen. Bij blijvende hinder kan een operatie worden overwogen.

Wat is een duimprothese?

Een duimprothese is een kunstgewricht dat het aangetaste duimbasisgewricht vervangt. Het doel is minder pijn en een bruikbare, beweeglijke duim. Een prothese is niet voor iedereen geschikt: onder meer botkwaliteit, naburige gewrichten en de belasting van uw hand tellen mee.

Welke andere operatie is mogelijk?

Een alternatief is het verwijderen van het trapezium, het kleine botje onder de duim, eventueel met ondersteuning door eigen peesweefsel. De arts bespreekt de voor- en nadelen van beide mogelijkheden.

Welke risico’s zijn er?

Naast infectie, stijfheid of blijvende pijn kan een prothese losraken of uit de kom gaan. Soms is dan een nieuwe operatie nodig.

Herstel & nazorg

Na een operatie wordt het gebruik geleidelijk opgebouwd, vaak met een spalk en handtherapie. Herstel van kracht duurt doorgaans maanden. U krijgt een persoonlijk schema.

Betekent artrose automatisch een operatie?

Nee. De behandeling hangt vooral af van uw klachten en functioneren, niet alleen van de röntgenfoto.

Bronnen bij deze uitleg

In eigen woorden samengesteld op basis van:

Bijgewerkt op 5 oktober 2026.

De behandeling en nazorg kunnen per patiënt verschillen. Tijdens uw raadpleging bespreekt de arts welke mogelijkheden bij uw situatie passen.